GlassCast 50 vs GlassCast 10: Welke dikte voor welke gieting?

Portret van Marco de Wit, meubelmaker en epoxy specialist
Marco de Wit
Meubelmaker en epoxy specialist
Topmerken & Specifieke Epoxy Producten · 2026-02-15 · 6 min leestijd
Transparantie: Dit artikel bevat affiliate links. Als je via onze link een product koopt, ontvangen wij een kleine commissie. Dit kost jou niets extra en helpt ons om deze site te onderhouden.

Stel je voor: je hebt een prachtig stuk walnotenhout op je werkbank liggen.

Je wilt er een river table van maken, of misschien wil je die ene barst opvullen met helder water. Je staat bij het schap van de epoxy-giganten en ziet twee opties: GlassCast 10 en GlassCast 50.

Ze zien er allebei hetzelfde uit, maar het getje erop maakt een wereld van verschil. Waar kies je voor? De een is dikker, de ander dunner. Het is verleidelijk om de goedkoopste te pakken, maar als je straks een gat van drie centimeter diep moet vullen, ben je daar niet blij mee.

Dit is de vraag die elke epoxy-klusser een keer tegenkomt. Laten we dit samen uitzoeken, zodat je de volgende keer met vertrouwen de juiste fles pakt.

De basis: Wat is het verschil eigenlijk?

Op het eerste gezicht lijken GlassCast 10 en GlassCast 50 identieke tweelingen.

Het zijn allebei heldere, hoogwaardige gietepoxies van een topmerk. Ze zijn allebei UV-stabiel (je werk geel niet snel op), en je kunt ze beide gebruiken voor die mooie, glanzende afwerking die we allemaal zoeken. Het grote, en eigenlijk enige, verschil zit 'm in de viscositeit.

Dat is een duur woord voor hoe dik of dun de hars is. GlassCast 10 is de dunne van de twee.

Denk aan de consistentie van honing of een beetje dikke siroop. Het stroomt makkelijk en vult kleine hoekjes en gaatjes vanzelf.

GlassCast 50 is de dikke jongen. Deze lijkt meer op pindakaas of stroop. Het is een stuk stugger en beweegt niet zomaar. Dit ene verschil bepaalt alles: hoe diep je kunt gieten, hoe makkelijk je luchtbellen verwijdert en hoe je het mengt. Voor de ene klus is het een zegen, voor de andere een ramp.

Diepte is alles: De gietdikte

Dit is de allerbelangrijkste regel die je moet onthouden. Het is de reden waarom je deze twee producten nooit zomaar om kunt wisselen.

GlassCast 10 is gemaakt voor dunnere lagen. De fabrikant geeft aan dat je er maximaal 1 centimeter (soms iets meer) in één keer mee kunt gieten. Wil je een dunne laag over je houten tafelblad gieten om de nerf te accentueren?

Dan is 10 perfect. Wil je een diepe 'river' van 2 centimeter opvullen?

Dan moet je het in meerdere lagen doen, met steeds een droogtijd ertussen. Dat kost veel tijd. GlassCast 50 is juist gemaakt voor die grote, diepe gietingen.

Je kunt in één keer een laag van 2 tot 5 centimeter dik gieten. Soms zelfs meer. Dit is de magie van de 50.

Je kunt een diepe barst in een boomstamtafel in één keer vullen.

Omdat de hars zo dik is, blijft hij perfect op zijn plek zitten en zakken zware materialen (zoals glitters of pigmenten) niet direct naar de bodem. Het is de favoriet voor diepe river tables en het maken van grote blokken epoxy. De keuze is dus helder: oppervlakte of diepte?

De praktijk: Maken en gieten

De mix is het begin van het proces. Beide epoxy's werken met een standaard mixverhouding, meestal 2:1 of 3:1 (hars versus harder).

Check dit altijd op de fles! GlassCast 10 meng je makkelijk. Omdat het dun is, roer je het zonder veel moeite door en verdelen de kleuren (als je pigment gebruikt) zich snel.

Je hebt minder kracht nodig. GlassCast 50 is een andere ervaring.

Dit is een workout. Je moet stevig roeren om er zeker van te zijn dat de harder volledig is vermengd. Als je niet goed roert, blijven er plekken ongemengd en dat wordt nooit hard.

Het is een beetje als het mengen van een dik beslag. En dan het gieten zelf.

Met GlassCast 10 is het een feestje. Je giet het en het loopt als water over je hout, vult alle oneffenheden en kleine gaatjes.

De luchtbellen stijgen er supersnel uit. Je hoeft vaak bijna niets te doen. Bij GlassCast 50 is het een actievere bezigheid. Je giet het erop en het blijft liggen waar het landt.

Je moet het met een spatel of een warmtepistool helpen om te verspreiden. Omdat het dik is, zijn luchtbellen ook sluwe beestjes.

Ze blijven makkelijker hangen. Je zult actiever moeten zijn met je heat gun of brander om ze te verwijderen. Het is meer werk, maar dankzij de viscositeit van UltraCast XT krijg je er die prachtige diepe gietingen voor terug.

De kosten: Wat kost het op lange termijn?

Laten we even pragmatisch kijken naar de portemonnee. De adviesprijzen schommelen, maar reken even mee.

Een fles GlassCast 10 van 1 kilo kost je al snel rond de €25 tot €30. GlassCast 50 van 1 kilo zit daar niet ver boven, vaak rond de €28 tot €35. Het prijsverschil per kilo is dus minimaal.

De echte kosten zitten in wat je verbruikt voor jouw specifieke klus.

Stel, je wilt een river table maken van 1 meter lang en 10 centimeter breed, met een gemiddelde diepte van 2,5 centimeter. Je hebt ongeveer 2,5 liter epoxy nodig. Als je dat met GlassCast 10 probeert, moet je het in meerdere lagen gieten. Je eerste laag van 1 cm, dan de volgende, enzovoort.

Dit kost je extra tijd en materiaal (want je mengt telkens een nieuwe batch). Als je GlassCast 50 gebruikt, kun je in één keer de diepte vullen.

Je bent sneller klaar en je hebt minder kans op een oneffen resultaat door lagen. Hoewel de kiloprijs iets hoger kan zijn, bespaar je op je tijd en het risico op mislukken. Voor dunne werkjes is de 10 natuurlijk veel goedkoper omdat je minder nodig hebt.

De keuzehulp: Welke kies jij?

Het moment van de waarheid. Je staat in de winkel of je vult je online winkelmandje. Hoe maak je nu de juiste keuze zonder twijfels?

Ik maak het je makkelijk. Focus op je project.

De rest is bijzaak. Hier is een simpel stappenplan om te beslissen.

Kies GlassCast 10 (de dunne) als:
  • Je een laag wilt gieten die maximaal 1 cm dik is.
  • Je werkt met fijne details die makkelijk gevuld moeten worden.
  • Je een transparante coating over een bestaand oppervlak aanbrengt (bijvoorbeeld over een schilderij of houten blad).
  • Je beginner bent en de wat makkelijkere, minder veeleisende hars wilt proberen.
Kies GlassCast 50 (de dikke) als:
  • Je een 'river' of gat wilt vullen die dieper is dan 1 cm (bijvoorbeeld 2, 3 of 5 cm).
  • Je een diepe river table wilt maken in één gietbeurt.
  • Je zwaardere pigmenten of materialen wilt toevoegen die niet direct naar de bodem mogen zakken.
  • Je de hars goed onder controle wilt houden en niet wilt dat het alle kanten oploopt.

Is er een gouden middenweg? Jazeker. Veel ervaren makers hebben beide flessen in hun schuur staan. Ze gebruiken GlassCast 50 voor de diepe fundamenten en de 'vulling'.

En als ze dan een dunne, glanzende toplaag nodig hebben om oneffenheden weg te werken, maken ze vaak de afweging tussen traaghardende of snelhardende verharder en pakken ze de GlassCast 10.

Zo combineer je het beste van twee werelden. Als je echt moet kiezen, bedenk dan dit: het is beter om een te dikke hars te hebben voor een dunne klus (je kunt hem soms wat verwarmen om hem vloeibaarder te maken, al is dat een advanced trick), dan een te dunne hars voor een diepe klus. Lees onze EPODEX PRO Systeem review voor diepe gietingen om een mislukte gieting te voorkomen; dat is echt een drama waar je nachtmerries van krijgt. Kies verstandig en ga ervoor!

Portret van Marco de Wit, meubelmaker en epoxy specialist
Over Marco de Wit

Marco maakt al 15 jaar prachtige river tables en epoxy kunstwerken in zijn eigen werkplaats.